Decentrale ventilatie in oude en bestaande gebouwen

Renovaties van bestaande gebouwen voor hogere energie-efficiëntie worden voortdurend gestimuleerd door de huisvestingssector vanwege stijgende energiekosten. Oude gebouwen worden gemoderniseerd en bieden bewoners meer comfort aan, zoals energiezuinige ramen en deuren, gevelisolatie of een nieuw verwarmingssysteem met een comfortabele warmwatervoorziening.

Renovaties van oudere woningen kunnen zorgen voor onvoldoende uitwisseling van frisse lucht met als gevolg een hoge luchtvochtigheid. Dit kan leiden tot schimmelgroei, vooral in gevelgeïsoleerde woningen. De oplossing hiervoor is een decentrale ventilatie met warmteterugwinning.

Wat onderscheidt decentrale woningventilatie?

Decentrale ventilatie met warmteterugwinning zorgt voor de nodige luchtcirculatie en een lager energieverbuik. Door koude, binnenkomende buitenlucht voor te verwarmen met warmte van de afvoerlucht wordt er minder verwarmingsenergie gebruikt. Dit vermindert op zijn beurt verwarmingskosten en ontlast het milieu. Ten slotte wordt energie op een zeer efficiënte manier gebruikt.

Een bijzonder kenmerk van een gedecentraliseerde ventilatie is de eenvoudige installatie. Decentrale ventilatie-eenheden kunnen specifiek in afzonderlijke ruimtes worden geplaatst. Het is niet nodig om het luchtverdeelsysteem te verplaatsen. Voor de installatie is alleen een muuropening of een kernboring door de buitenmuur nodig en een elektrische aansluiting. Voor wooneenheden kunnen meerdere eenheden onafhankelijk van elkaar worden gebruikt en is een combinatie van centrale en decentrale woonventilatie ook mogelijk.

dezentrale-Wohnungslueftung-1-2.jpg

Decentrale ventilatie voor bestaande gebouwen en renovatie

De energetische sanering van bestaande gebouwen wordt door de bouwsector voortdurend aangemoedigd vanwege de almaar stijgende energiekosten. Het oude gebouw wordt ingrijpend gerenoveerd en biedt zijn bewoners nieuw comfort: bijvoorbeeld door nieuwe, energie-efficiënte ramen en deuren en gevelisolatie, of een nieuw verwarmingssysteem met comfortabele warmwatervoorziening.

 

Decentrale ventilatie: passend advies en correcte planning

In vergelijking met centrale woningventilatie is de planningsinspanning voor een decentraal ventilatiesysteem geringer. De expertise van een gespecialiseerd bedrijf is echter essentieel voor een efficiënte en geluidsarme werking. Ervaren installateurs schatten in hoe groot het ventilatiesysteem moet zijn en waar de optimale plaatsing van de luchtafvoer is. Zij zullen u ook helpen het juiste type toestel te kiezen. Afhankelijk van de ruimtelijke situatie zal dit een ventilatie-eenheid zijn met een ingebouwde kruisstroomwarmtewisselaar of een eenheid met één ventilator en een keramische warmteaccumulator.

Decentrale ventilatiesystemen met een kruisstroomwarmtewisselaar gebruiken twee ingebouwde ventilatoren die tegelijkertijd frisse lucht in de kamer en afvoerlucht uit de kamer voeren. De warmteterugwinning vindt plaats in de tegenstroomwarmtewisselaar.

Waarom de bedrijfsmodus regelmatig moet worden omgedraaid

Er zijn ook toestellen die alleen een ventilator en een warmteaccumulator hebben. In deze toestellen zijn er telkens twee eenheden die samenwerken. Enerzijds zuigt de ventilator warme kamerlucht op en leidt die naar de warmtewisselaar die de warmte absorbeert. Nadien wordt de gekoelde lucht naar buiten geblazen. Anderzijds levert de tweede ventilatie-eenheid verse buitenlucht aan en leidt deze naar de warmtewisselaar. Wanneer die lucht is opgewarmd, wordt deze aan de ruimte doorgegeven. Na ongeveer 70 seconden veranderen de ventilatoren van draairichting en wordt het proces omgekeerd. Hierdoor verandert ook de richting van de luchtvolumestroom.

Decentrale woningventilatie

Ruimten apart ventileren - Decentrale ventilatiemodules kunnen doelgericht in bepaalde vertrekken worden geplaatst. Voor een eenvoudige installatie zijn alleen een muurdoorvoer of een kernboring door de buitenmuur van het betreffende vertrek en een 230-V-aansluiting nodig. Ventilatiekanalen hoeven bij dit systeem niet te worden aangelegd.